vrijdag, 6 maart 2026

Tussenkomst Freija

Ik begin graag met een stukje geschiedenis. Raadsleden of Deinzenaren die hier al een tijdje rondlopen kennen wellicht vzw NOBO nog, vzw Net Overbruggende Buitenschoolse Ondersteuning.

De principes van NOBO waren heel duidelijk en helder. Het uitgangspunt was eenvoudig en krachtig: elke school telt. Elk kind telt. Ongeacht schaalgrootte.

Vandaag zien we een verschuiving.

Niet langer opvang in alle scholen ongeacht het aantal kinderen. Niet langer vanzelfsprekende gelijkheid tussen scholen. Niet langer structurele verankering van participatie in de besluitvorming.

Wat toen een pedagogisch en sociaal principe was, dreigt nu ingeruild te worden voor een economisch principe van concentratie en schaalvergroting.

Dit gaat niet over nostalgie.

Dit gaat over consistentie in beleid. Over trouw blijven aan principes die destijds unaniem werden onderschreven. Laat ons duidelijk zijn. Dit debat gaat niet over logistiek. Het gaat over kinderen. Het gaat over hoe wij als stad kijken naar jonge gezinnen. En het gaat over welke keuzes wij maken wanneer efficiëntie botst met welzijn.

Binnenschoolse opvang is geen organisatorische bijzaak.

Ze is een verlengstuk van de schooldag. Zeker voor kleuters van 2,5 jaar is de school geen gebouw, maar een veilige leefwereld. Hun klas, hun juf, hun speelplaats. Dat is hun houvast. En dan beslissen wij – of ‘t is te zeggen ‘jullie’ – om die kinderen, na een volle schooldag, te verplaatsen naar een andere locatie. Met grote groepen.

Tot honderd kinderen samen. In een sector waar kleinschaligheid net de norm zou moeten zijn. Dat is geen detail. Dat is een fundamentele pedagogische keuze.

Men zegt dat het maar één kilometer is.

Op papier lijkt dat weinig. Voor peuters en jonge kleuters na een schooldag betekent dat minstens een kwartier stappen. In groep. In weer en wind. Op een moment dat hun energie en draagkracht al sterk verminderd zijn. Wat voor ons een wandeling is, is voor hen een bijkomende inspanning. Niet individueel met een ouder, maar als groep die moet wachten, oversteken, tempo aanpassen en opnieuw vertrekken.

In de pedagogiek weten we dat net die overgangsmomenten risicomomenten zijn voor stress en ontregeling. Hoe jonger het kind, hoe groter die impact. Voor volwassenen is afstand een cijfer. Voor een kleuter is afstand een  onaangename beleving.

Wij horen dat de beslissing om binnenschoolse kinderopvang af te bouwen efficiënt is.

Dat dit organisatorisch logisch is. Maar efficiënt voor wie? Voor de begroting? Of voor het kind? Want wat betekent dit concreet? Meer prikkels. Meer drukte. Minder rust. Minder individuele aandacht. En meer druk op begeleiders die vandaag al onder enorme spanning werken. In een tijd waarin we terecht spreken over mentaal welzijn, ook van kinderen, kiezen we hier voor schaalvergroting. Dat is een contradictie.

Daarnaast onderschat dit bestuur de impact op de school zelf.

Voor veel ouders is opvang op school geen luxe. Het is een doorslaggevende factor bij hun keuze. Eén vertrouwde plek. Eén veilige omgeving. Eén logisch geheel. De school geeft zelf aan dat ze vreest voor een daling van het leerlingenaantal. Dat risico zomaar minimaliseren vinden wij bijzonder lichtzinnig.  En dan het argument van de kost. Ja, kinderopvang kost geld. Dat klopt.

Kinderopvang is geen verliespost. Het is sociale infrastructuur. Het is een investering in gelijke kansen. In werkbaar ouderschap. In kinderwelzijn

En er is andermaal nog een fundamenteel probleem: participatie.

Ouders en school werden geconfronteerd met een beslissing die in essentie al genomen was. Het overleg dat volgde, ging niet meer over de vraag of dit wenselijk was, maar over hoe men zich moest aanpassen. Dat is geen co-creatie. Dat is informeren na besluitvorming.

De felle reacties van ouders en school zijn geen emotionele overdrijving. Ze zijn het logische gevolg van een gebrek aan betrokkenheid bij een beslissing die hun dagelijkse realiteit ingrijpend wijzigt.

Een lokaal gezinsbeleid hoort gebouwd te zijn op vertrouwen.

Vertrouwen groeit uit inspraak, uit samen zoeken naar oplossingen, uit het ernstig nemen van signalen van op het terrein. Wij pleiten niet voor een zwart-witverhaal. Wij pleiten voor keuzevrijheid. De centrale opvang in De Brieltuin is kwalitatief en moet zeker blijven bestaan. Maar waarom moet dat betekenen dat binnenschoolse opvang verdwijnt?

Het én-én verhaal wordt ingeruild voor een of-of model.

Wij kiezen voor nabijheid.
Wij kiezen voor kleinschaligheid.
Wij kiezen voor de vertrouwde omgeving van het kind.

Efficiëntie mag nooit belangrijker worden dan het welzijn van een kleuter, van een kind. Daarom vragen wij om deze beslissing te herbekijken en het behoud van binnenschoolse opvang als uitgangspunt te nemen. Om het principe van gelijkheid voor alle kinderen en alle scholen in de organisatie van buitenschoolse opvang, ongeacht het aantal opgevangen kinderen of de ligging van de school.