We voelen het allemaal: alles wordt duurder. We horen het op het werk, bij de bakker en de slager, op café en in de grote tv-debatten en ja, ook hier in de raadzaal. Gemeenten worden bovendien niet gespaard door beslissingen van hogere overheden: verdergaande decentralisatie, schrapping van projectsubsidies. Dat is de realiteit waarin we moeten werken.
In die moeilijke context legt het college een lijvig meerjarenplan voor, waarvan de beleidsverklaring ons stads‑DNA – DNZ uitademt: durf, nabijheid en zorg. Dat is de lat waaraan het beleid gemeten wordt.
Het budget is in evenwicht en voldoet aan de wettelijke evenwichtscriteria. De negatief gecorrigeerde AFM vanaf 2029 wordt toegewezen aan het AGB, vanwege de leningslast (de bibliotheek 2028). We willen hier toch waakzaam voor zijn. Het financiële evenwicht van de stad (BBR) blijft positief, maar doordat de GAFM in min gaat, betekent dit dat we op termijn met ons budget de grote, onvermijdelijke kosten (zoals aflossingen) niet kunnen dekken zonder nieuwe schulden te maken. Dat vraagt dan structurele aanpassingen of het verhogen van de schuld.
Onze fractie wil uitdrukkelijk de financieel directeur en het team van de financiële dienst danken. De deskundige uitleg, in mensentaal, tijdens de commissie, bracht duidelijkheid en straalde vertrouwen uit. Elke budgettaire optimalisatie is in beeld gebracht en overwogen. Het plan bevat diverse assumpties, waar uiteraard externe factoren nog een impact op kunnen hebben.
Ondanks haar grote deskundigheid kan zelfs de financieel directeur geen sluitend oordeel vellen op de vraag of onze stad financieel gezond is. Dat hangt immers af van het perspectief van waaruit we deze vraag bekijken. Wanneer noemen we onze stad financieel gezond en welke ambities leggen we daar tegenover voor onze inwoners?
Dat zijn de politieke keuzes die moeten gemaakt worden. We hanteren ons DNZ kompas om die keuzes te belichten.
Durf
We zien ambitie zonder echte vernieuwing
Het plan oogt ambitieus, maar wie de lokale politiek al een tijdje volgt, ziet vooral oude dossiers terugkeren. Dat is deels het gevolg van de lage realisatiegraad in de vorige legislatuur. Er zijn ook plannen die het voorbije jaar al zijn aangekondigd. Dat is niet verrassend voor een bestuur dat in dezelfde samenstelling verder werkt.
Er is al uitgepakt met de grote investeringen die eraan komen. De aankoop en verbouwing van de nieuwe bibliotheek, is de grootste hap uit het investeringsbudget van de komende jaren (13,5 miljoen euro). Ook de fietspaden, de uitbreiding van het rioleringsnet, de parkbosbegraafplaats en de herbestemming van de kerk van Zeveren, zijn punten die we zien opduiken vanuit de vorige legislatuur.
Wat we nog weinig zagen is heldere communicatie over waar er wordt geknipt en bespaard. Durf gaat niet alleen over projecten aankondigen; durf is ook transparant zijn over wat níét kan en waar de klappen vallen. Zo verdwijnen er ook urgente dossiers uit het meerjarenplan. In mei 2024 werd de gemeenteraad nog geïnformeerd over de dringende nood aan een nieuw zwembad, na meerdere noodzakelijke sluitingen. Naast betonrot schieten ook de technieken tekort. Vandaag is de urgentie plots weg: er is enkel budget voor onderzoek. Het masterplan Palaestra is geparkeerd. De stadsboulevard, nog zo’n dossier, zal nog maar eens 6 jaar voor onzekerheid zorgen in de buurt.
Nabijheid
We zien winnaars en verliezers
Nabijheid betekent inspraak en inclusie. Hoe zorgen we dat financiële keuzes transparant zijn en dat iedereen mee kan profiteren van investeringen?
De uitdagingen voor de steden worden steeds groter en de middelen stijgen niet. Er zijn inkomsten waarop de stad geen impact heeft: gemeentefonds, dividenden, subsidies. De stad haalt het grootste deel van haar inkomsten uit de belastingen. De aanslagvoeten voor de twee grootste belastingen, de aanvullende personenbelasting (APB) en de onroerende voorheffing (OOV) blijven ongewijzigd. Bij de fusie werd het laagste tarief gehanteerd: APB 7,2% in Nevele (tegenover 7,7% in Deinze) en 693 opcentiemen (tegenover 992 in Nevele). In 2024 werd beslist om de APB voor de aanslagjaren 2024–2025 verder te verlagen naar 6,9%. De ontvangsten uit aanvullende belastingen liggen gemiddeld op € 712 per inwoner in Deinze, € 88 minder dan de cluster—nominatief een totaal van € 4 miljoen.
Voor ons hoeft niemand te veel belastingen te betalen. Maar als we zien waar nu op dienstverlening wordt beknibbeld, moeten we durven vragen: wie wint en wie verliest? Personenbelasting (APB) is proportioneel op inkomen: hogere inkomens dragen meer bij. Onroerende voorheffing is eveneens gebaseerd op draagkracht: vastgoedbezit wijst op financiële stabiliteit; wie geen eigendom kan kopen, is afhankelijk van een dure huurmarkt.
We zien dus geen verhoging van deze ontvangsten maar er ontstaat wel een lappendeken van stijgende retributies, schrapping van dienstverlening en schrapping of niet indexering van subsidies. 75% van de retributies worden geïndexeerd en stijgen gemiddeld fors (rond +25%). Slechts 20% van de subsidies wordt geïndexeerd.
We verkopen gebouwen (bv. het oude politiekantoor of Zeventien Dorpen), faseren werken (zwembad en gemeenschapszalen), ontharden traag, jeugdlokalen worden mondjesmaat aangepakt, er komt geen personeel bij, poetshulp aan huis wordt geschrapt, en de dagprijzen in het woonzorgcentrum gaan omhoog.
Wij pleiten voor een eerlijke, sociale belastingmix: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten en alle bijsturingen worden gekoppeld aan sociale bescherming.
Was het niet te populistisch om de APB te verlagen in 2024? en ontbreekt vandaag de moed om de belastingmix lichtjes bij te sturen?
Wij vragen inspanningen om de dienstverlening te beschermen en de rekening niet door te sturen naar de meest kwetsbare gezinnen.
Zorg
We missen sociale en duurzame investeringen.
We zien nergens in dit meerjarenplan een armoedetoets. Dit is een gemiste kans. We vragen om grote projecten te downsizen op maat van onze stad. De geviseerde sociale dienstverlening is de kern van een warme stad, geen verliespost.
De ambities rond duurzaamheid zijn hoog in de beleidsverklaring, maar we missen een concrete vertaling in de budgetten. We vinden geen grote initiatieven terug rond circulaire economie of die ons een ecologische meerwaarde opleveren. Zorg moet gaan over klimaatadaptatie en sociale veerkracht. Hoeveel van het budget is echt gericht op duurzame oplossingen die toekomstige generaties beschermen?
Annick Verstraete
17/12/25
