zaterdag, 27 juni 2026

Het voorliggende BOA-erkenningskader bevat zonder twijfel sterke elementen. Het biedt
structuur, duidelijkheid en legt terechte nadruk op veiligheid, organisatie en continuïteit van
het buitenschools aanbod.
Het is positief dat de stad duidelijke kwaliteitsverwachtingen formuleert voor organisatoren
van buitenschoolse opvang en activiteiten. Veiligheid, verzekeringen, aanspreekpunten,
noodprocedures en heldere communicatie zijn essentieel. Ook de aandacht voor
kwalitatieve infrastructuur, met zowel binnen- als buitenspeelruimte, is sterk. Kinderen
hebben nood aan ruimte om te spelen, te bewegen en tot rust te komen.
Maar wanneer we het volledige kader bekijken, over alle profielen heen, stellen we vast dat
de focus vandaag vooral ligt op organisatorische betrouwbaarheid, beschikbaarheid van
opvang en praktische werking. Dat zijn belangrijke voorwaarden, maar ze mogen niet het
eindpunt van ons beleid zijn.
Het BOA-decreet vertrekt vanuit drie grote doelstellingen: ontwikkelingskansen voor
kinderen, ondersteuning van gezinnen én gelijke toegang tot een kwalitatief aanbod.
Concreet gaat het dus niet alleen over opvang organiseren, maar ook over de vraag welke
kinderen kunnen deelnemen, welke gezinnen ondersteuning vinden en welke drempels
vandaag nog bestaan.
Vooral dat laatste verdient volgens ons meer aandacht. We denken dat we het kader nog
sterker kunnen maken, vooral op vlak van inclusie en sociale toegankelijkheid.
Ter voorbereiding van deze gemeenteraad bekeek ik ook het kader van de stad
Oudenaarde. Wanneer we vergelijken met dat kader, zien we dat daar veel sterker wordt
ingezet op inclusie, sociale toegankelijkheid en brede participatie. Dat bredere perspectief
helpt om buitenschoolse opvang niet alleen als praktische opvang, maar ook als een
hefboom voor gelijke kansen te bekijken.
We haalden daaruit een aantal zeer concrete voorbeelden die ook voor Deinze interessant
kunnen zijn.
Zo wordt inclusie daar expliciet omschreven als “organisatorische, fysieke, financiële of
sociale drempels actief wegwerken”. Dat lijkt misschien een kleine toevoeging, maar het
maakt een groot verschil. Inclusie wordt daardoor geen vrijblijvende intentie meer, maar een
duidelijke beleidsverwachting. We vragen daarom om ook hier expliciet op te nemen dat
organisatoren actief drempels wegwerken die deelname bemoeilijken. In de praktijk kan dat
gaan over eenvoudigere inschrijvingsprocedures, hulp bij digitale inschrijving, duidelijke
communicatie of extra ondersteuning voor gezinnen die moeilijk toegang vinden tot het
aanbod.
Een tweede sterk element is de expliciete aandacht voor sociale toegankelijkheid. Vandaag
staat er in het erkenningskader terecht veel over kwaliteit en organisatie, maar weinig over
betaalbaarheid. Daarom zouden wij graag expliciet een passage toegevoegd zien dat de
organisator zich engageert om financiële drempels voor deelname maximaal te
beperken en transparant communiceert over sociale tarieven, UiTPAS-kansenpas of
andere ondersteuningsmaatregelen.
Want voor sommige gezinnen is de drempel vandaag niet dat er geen aanbod bestaat, maar
wel dat een kamp te duur is, dat digitale inschrijving moeilijk verloopt of dat ouders niet
weten op welke ondersteuning ze recht hebben. Een sterk BOA-beleid kijkt dus niet alleen
naar de vraag of er aanbod is, maar vooral naar de vraag of elk gezin dat aanbod effectief
kan gebruiken.
Een derde punt is extra aandacht voor kinderen met extra zorgnoden. In Oudenaarde wordt
expliciet verwezen naar rekening houden met talenten en noden, activiteiten aanpassen
aan verschillende ontwikkelingsniveaus en streven naar een veilige omgeving waarin
elk kind zich kan ontplooien op eigen tempo. Wij vragen daarom dat ook in Deinze
expliciet wordt opgenomen dat organisatoren streven naar een inclusieve werking waarin
kinderen met extra zorg- of ondersteuningsnoden maximaal kansen krijgen om deel te
nemen.
Daarnaast denken we dat we moeten opletten dat de erkenningsvoorwaarden kleinere
lokale initiatieven niet onbedoeld ontmoedigen. Professionaliteit is belangrijk, maar
kleinschalige buurtwerkingen, jeugdverenigingen en vrijwilligersinitiatieven spelen vaak net
een cruciale rol in sociale cohesie, laagdrempeligheid en nabijheid voor gezinnen. Ook die
meerwaarde moeten we blijven erkennen.
De vraag is dus niet alleen hoeveel opvang we organiseren, maar vooral voor wie die
opvang vandaag echt bereikbaar is.
Kortom: het voorgestelde kader bevat veel sterke fundamenten. Maar we kunnen het verder
versterken door inclusie en sociale toegankelijkheid explicieter te maken. Niet alleen door
voldoende opvang te organiseren, maar ook door ervoor te zorgen dat elk kind zich welkom
voelt, elk gezin toegang heeft en niemand uitgesloten wordt door financiële, sociale of
praktische drempels.
Dat is volgens ons de richting van een warm, ambitieus en sociaal rechtvaardig BOA-beleid.

Freija Dhondt 28/05/26