Dit is een complex en juridisch-technisch dossier.
Het werd uitgebreid toegelicht op de commissie met duidelijke antwoorden op onze vragen, waarvoor mijn dank en felicitaties aan de diensten. Tegelijk denk ik dat een niet‑technische samenvatting voor ons als raadsleden wel nuttig was geweest, naast de juridisch sluitende motivering die nu voorligt.
We zijn vanuit Groen & Vooruit overwegend positief.
Het gaat om een strategische locatie, er wordt hiermee eindelijk verder werk gemaakt van de opwaardering van de stationsbuurt waar we ook al lang voor pleiten. Het is ook goed dat er een park komt dat publiek toegankelijk zal zijn. Met deze constructie van een tijdelijke opstalovereenkomst die uitdooft naar een verkoop, behoudt de stad ook een zekere invloed op het nieuwe project.
Tegelijk is het ook een cadeau aan de projectontwikkelaar.
De grond moet pas betaald worden zodra de woningen verkocht zijn en de stad zetelt enkel in een adviescomité dat unaniem moet adviseren. Er zijn naast de breed toepasbare conceptnota geen duidelijke
voorwaarden of een puntensysteem voor de uiteindelijke ontwerpkeuze. De echte regie blijft
in handen van de ontwikkelaar.
De site draagt al een geschiedenis mee.
Ook bij het vorige project dat op die site zou komen maar nooit vergund werd, was er sprake van een publiek toegankelijke binnentuin. Ondertussen is de grond van eigenaar gewisseld.
Met die nieuwe eigenaar gaan we nu in zee.
Wij hadden graag een aantal bijkomende aandachtspunten opgenomen gezien in de
overeenkomst:
- Een hoger ambitieniveau op vlak van energie: een collectief warmteproject
opleggen, in plaats van enkel het wettelijk minimum te vragen. (Ambitieniveau nu erg
laag “Energie-efficiëntie conform de Vlaamse EPB-wetgeving = wettelijk minimum;
collectieve voorzieningen zijn een optie”) - Duidelijke beoordelingscriteria voor de ontwerpkeuze: welke criteria wegen door, en
hoe? - Een voorwaarde om de erfgoedwaarde van de Liebaert‑gevel, op z’n minst
gedeeltelijk, te vrijwaren. Ook al is er geen juridische bescherming, hierover had wel
iets in de conceptnota kunnen staan. - Concrete toegankelijkheidseisen voor het openbaar groen: zoals voldoende brede
rolstoeltoegankelijke paden, in plaats van de vage omschrijving van “publieke
accommodatie”. ( “onder publieke accommodatie wordt niet-limitatief verstaan: een
kwaliteitsvolle boom, straatmeubilair, een waterpartij, ….”) - Een verplicht traject van participatie met de buurt. Een eerste stap werd gezet bij de
opstart van de procedure voor het RUP Stationsbuurt Noord en rond de leefstraten.
Ook bij dit project had dit een vereiste kunne zijn. - Duidelijkheid over het statuut van het park: wordt het ’s nachts afgesloten of niet?
Dat is een belangrijke ontwerpkeuze. Waarom kiest het CBS niet sowieso voor
permanente toegankelijkheid? - We gaan ons onthouden. Deze opstalovereenkomst biedt weinig zekerheid. Enkel de
opgelegde economische meerwaarde van het park is voor ons onvoldoende. We vragen om
prioriteit te geven aan ecologische en sociale aspecten in het toekomstig ontwerp, én dat er
een volwaardig participatietraject met de buurt wordt opgezet.
Bram Stroobandt
30 april 2026
