zaterdag, 27 juni 2026

Eerst en vooral willen we benadrukken dat de beleidsplannen prachtige documenten zijn
waarin effectief gestreefd wordt naar een toekomstgerichte Stad, dorpen, omgeving en er
heel concrete doelstellingen en acties geformuleerd worden.


Er is niet enkel aandacht voor harde infrastructurele vraagstukken (zoals verdichting,
woonuitbreiding/inbreiding, mobiliteit, etc.) maar ook immateriële elementen zoals natuur,
trage wegen, verenigingen, beeldbepalende elementen, ontharding, erfgoed, handel …


De doelstellingen om deze te versterken, verruimen, komen sterk aan bod, zitten niet alleen
verweven door het gehele document maar worden ook expliciet benoemd.


Het document leest hier als een vertaling van het programma van JavoorDeinze!

En we kunnen alleen maar tevreden zijn dat iedereen hier op dezelfde lijn zit.
Uiteraard staat alles bij de effectieve uitwerking van de verschillende doelstellingen en
toegewezen budgetten.

Het is vooral bij de niet materiële elementen dat de regierol en de inspanningen van de Stad cruciaal zullen zijn.

We merken dat het Stadsbestuur en de stadsdiensten voor het inrichten van publieke ruimte en het ontwerpen van nieuwe projecten meer een regierol opnemen.Ook de nevendoelstellingen zoals trage verbindingen,meer groen/ontharding, gemeenschapsvoordelen en participatie meeneemt.

Maar we blijven op onze honger zitten.

op het vlak van herstel van lanen, bijplanten van bomen, actief ontharden, creëren van extra trage wegen,
het ondersteunen en creëren van handel in de dorpen (buiten enkele
pilootprojecten) blijft het stil.

Het is dan ook voornamelijk hier dat we naar uitkijken.

Hoe zal dit de komende 14 jaar dit uitgevoerd worden ? Zullen deze actiepunten dan ook zullen
komen ?


Het is goed dat de stad erkent dat ruimtelijk beleid ook een sociale opdracht heeft. Een stad
bouw je niet alleen met beton, maar ook met verbondenheid.
Nota benoemt ongelijkheid, kwetsbaarheid, verbondenheid maar vertaalslag beperkt?
Bijvoorbeeld:
Hoeveel betaalbare woningen wil Deinze realiseren?
Hoe vermijden we verdringing in populaire woonomgevingen?
Hoe zorgen we ervoor dat jongeren, maar ook ouderen, nog in hun eigen dorp kunnen
wonen?
Hoe garandeert deze visie dat wonen in Deinze betaalbaar blijft voor jonge gezinnen,
alleenstaanden en ouderen?


De grote uitdaging voor de komende jaren wordt niet alleen hoe Deinze groeit, maar vooral
voor wie Deinze groeit.

De vraag is niet enkel hoeveel woningen, sportterreinen of
bedrijventerreinen we bouwen. De vraag is ook of elke Deinzenaar daarin mee kan. Dat
antwoord vinden wij vandaag nog onvoldoende terug in deze visie.

Kristof Van den Berghe

23/6/26