| De restafvalzak moet op dieet, daar ben ik het volledig mee eens. Hiervoor is een sterke daling nodig in het gewicht van de restafvalzak per inwoner. Vlaanderen legt ons de doelstelling van 90 kg/inwoner/jaar op tegen 2030. Concreet betekent dit meer dan een verdubbeling van onze jaarlijkse inspanningen van de laatste 20 jaar (nl. van gemiddeld 3 naar 7 kg/inwoner/jaar minder afval). Dat kan je gerust ambitieus noemen! En de tijd tikt. Maar we staan eigenlijk voor een nog grotere uitdaging: de transitie naar een circulaire economie en klimaatneutraliteit tegen 2050. In dat licht is “de negenproef” – het plan dat hier voorligt – een veel te kleine stap in de juiste richting. De negen stappen die IVM voorstelt om het restafval terug te dringen getuigen vooral van voorzichtigheid en er is een totaal gebrek aan concrete acties. Om te beginnen is de keuze voor het nastreven van de doelstelling over de hele intercommunale, eerder dan per gemeente apart, de facto een versoepeling van de doelstelling. De tekst is een oefening in vrijblijvendheid. Pas “als er alternatieven worden aangeboden en deze in een gemeente of stad wenselijk zijn.”, zullen we ons als lokale besturen engageren om “deze op een uniforme wijze te implementeren”. M.a.w. we hebben nog geen enkel idee hoe we dit alles gaan realiseren. Ik wil ook nog een oproep doen om het systeem van gewogen diftar grondig te overwegen, zoals we ook in het beleidsplan van IVM goedkeurden. Als dat systeem effectief tot minder afval leidt, is dat misschien wel die extra 15 euro per inwoner per jaar waard. Als we écht werk willen maken van een circulaire economie, dan moeten we echte ambitie tonen! Ik denk aan concrete plannen om voedselverspilling tegen te gaan, samenwerkingen rond textielrecyclage, het stimuleren van lokale innovatie en circulair ondernemerschap met subsidies en volop inzetten op wijkcomposteren. Ook de invoering van statiegeld, waar Peter een voorstel voor doet, is een concreet voorbeeld. Het einddoel is niet die 90 kg/inwoner/jaar, het einddoel moet een volledige afvalvrije samenleving zijn. Wat wél positief is, is de ambitie om de recyclageparken open te stellen voor inwoners uit buurgemeenten. Een uniform beleid is belangrijk, maar we vragen daarnaast ook duidelijke doelstellingen waarbij bedrijven en inwoners mee betrokken worden in het beleid dat door alle gemeenten binnen IVM gedragen wordt. Wij gaan “de negenproef” toch goedkeuren in de hoop dat dit niet het eindpunt is, maar het begin van een beleid dat volop durft te kiezen voor een toekomst zonder afval in een circulaire economie.) Bram Stroobandt gemeenteraadslid voor Groen en Vooruit 25/09/20 |
